Hoogte van de WWIK uitkering
De WWIK- uitkering is een brutobedrag, ongeveer 70% van de bijstandsnorm, en wordt netto uitbetaald. Bij het nettobedrag is de vakantie-uitkering inbegrepen. Op dit bedrag zijn de belasting en premies al ingehouden.
Twee keer per kalenderjaar wijzigen de bedragen van de WWIK. Dit gebeurt per 1 januari en per 1 juli. De wijzigingen hebben niet alleen gevolgen voor de hoogte van de uitkering (bruto en netto), maar ook voor wat u als kunstenaar mag bijverdienen naast de WWIK.
Voor de actuele hoogte van de uitkering kunt u terecht bij de Rijksoverheid.
Bijverdiengrens (inclusief WWIK)
U mag de WWIK-uitkering met bijverdiensten aanvullen tot 125% van de voor u geldende netto bijstandsnorm. De centrumgemeente stelt jaarlijks -aan het eind van elk kalenderjaar- vast of het gezinsinkomen in het afgelopen kalenderjaar boven de bijverdiengrens is uitgekomen. Van de bijverdiensten mogen eerst beroepskosten worden afgetrokken.
Toetredingsgrens
De toetredingsgrens is het maximale toegestane bruto maandinkomen van de kunstenaar in de periode voor de aanvraag. Centrumgemeenten nemen meestal de 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag als uitgangspunt. De sociale dienst van uw centrumgemeente onderzoekt of dit niet boven de bijstandsnorm uitkomt.
Vermogensgrens
Bij de WWIK gelden vermogensgrenzen, gelijk aan de die van de bijstand. Het vermogen is het verschil tussen de bezittingen en de schulden van de kunstenaar. Uitgezonderd is het vermogen in de vorm van instrumenten, apparatuur en leningen van ouders zonder harde terugbetalingsverplichting.
De actuele vermogensgrens vindt u hier.
Studiefinanciering
Wanneer u van de WWIK gebruik maakt en (of uw partner) studiefinanciering ontvangt, wordt door de gemeente een normbedrag als inkomen gerekend. De gemeente gaat er vanuit dat hij een voor hem geldend 'normbedrag voor levensonderhoud' ontvangt. Ook al ontvangt u in werkelijkheid een lagere toelage of heeft u een volledige lening, wordt dit bedrag toch als basisinkomen genomen. Een nadeel is dat u minder kan bijverdienen. Het is daarom soms beter om de WWIK in een nieuw kalenderjaar te beginnen en niet per september na afloop van een studiejaar.
Het recht op studiefinanciering wordt gezien als een 'voorliggende voorziening' en moet in principe eerst volledig benut worden, voordat van de WWIK gebruik gemaakt kan worden.
Bronnen: © 2010 Handboek StimulanSZ, KennisRing, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Persbericht 10-10-2011: Breid startersregeling uit
- Persbericht 28-03-2011: Principes De Krom kosten geld
- Persbericht 16-12-2010: Nederlander betaalt voor afschaffing WWIK
- Persbericht 18-12-2010: Kabinet ziet 30 miljoen euro over het hoofd